Je mag mij altijd bellen: 1001 dagen van rouw
In dit boek vertelt Karin Kuiper over de eerste 1001 dagen na de dood van haar man, schrijver Karel Glastra van Loon. Karel overlijdt op 1 juli 2005 aan een hersentumor. Karin blijft achter met hun drie kleine kinderen. Wat volgt is een periode waarin het verlies zich als zoutzuur in haar leven vreet. Karin krijgt niet alleen te maken met verlies en verdriet maar ook met een nieuwe maatschappelijke rol: ze behoort plotseling tot dat lastige volkje van weduwen en weduwnaars.
 
Zonder hulp van anderen redt niemand het, maar toch staat bovenaan haar ergernissenlijst het goedbedoelde zinnetje 'Je mag me altijd bellen'. Want hoewelgemeend ook, dit is 'hulp' die je met lege handen achterlaat... Omdat je in je diepste wanhoop niet wilt bellen en niet kán bellen, omdat je slechts denkt: Nee, het gaat niet! Zij moeten mij bellen! Het duurde honderden dagen, maar uiteindelijk volgt er een periode waarin ze terugveert en haar levenslust hervind.
Je mag mij altijd bellen is een boek voor lotgenoten én hun omstanders.

VOORPROEFJE
 
Je mag mij altijd bellen

Wij weduwen en weduwenaren zijn een lastig volkje, ik kan niet anders zeggen. Maar ja, we zijn er wel - tegen wil en dank

Wij begrijpen natuurlijk ook wel dat onze ervaringen voor velen niet na te voelen zijn, en wij merken zelf ook dat we nogal veranderen na de dood van onze geliefde, maar die veranderingen zijn nauwelijks tegen te houden. Want wat je ook doet, je kunt je niet echt voorbereiden op je nieuwe leven, en het is onvoorstelbaar wat de dood van een partner met een mens kan doen.
 
Nooit, in mijn ergste dagmerries niet, had ik kunnen bedenken dat het weduweschap zó afschuwelijk zou zijn. Stiekem had ik altijd de gedachte dat ik - zoals bij een verbroken relatie - na een paar maanden alweer vóórwaarts zou gaan. Ik maakte, een beetje gegeneerd omdat hij immers nog niet dood was, plannen om de praktische problemen na zijn overlijden op te lossen. Oppas, werk, testament, studies en kinderverdriet, daar dacht ik over na. Ik hield me bezig met zijn afscheid, wat hij nodig had om ons te kunnen achterlaten. Maar hoe het met mijn eigen gevoel gesteld was en zou zijn, wat mij te wachten stond, daar hield ik me nog niet me bezig. Tijd genoeg om dat te ondervinden als hij dood was, redeneerde ik.
 
Dus had ik geen idee dat het verlies als azijnzuur zou doorvreten, dat de pijn elke dag intenser zou worden, dat de wanhoop ongekend was, en dat de weg naar voren in eerste instantie naar achteren voerde.
 
Maar toen ik het eenmaal wist, moest ook iedereen het weten. Want de eenzaamheid van het gevoel dat je de enige bent die dit doormaakt, is onverdraaglijk.
 
En nu ik weet hoe gruwelijk de dood ingrijpt, kan ik het opeens niet meer verdragen als een gescheiden man of vrouw zegt dat ze wel eens denken dat X beter dood had kunnen zijn, omdat ze dan ook al dat gedoe niet zouden hebben. Gék word ik ervan als mensen niet begrijpen dat het ook nogal gedoe is als de vader van je kinderen dood is, dat het een gedoe is om weer op poten te komen als de liefde niet dood is maar je geliefde wel
En zo ben ik dus een lastig mens geworden, net zoals veel andere verweduwden.
 
Want hoewel we in het begin alleen nog maar grote emoties voelen en onbelangrijke dingen er aan de ene kant nauwelijks meer toe doen, kunnen we ons aan de andere kant buitengewoon irriteren aan onschuldige, goedbedoelde opmerkingen en adviezen van onze medemens.
 
Er zijn een heleboel lege opmerkingen waarmee wij moeiteloos op de kast zijn te krijgen. X zou het zo gewild hebben, bijvoorbeeld. Of Ik zou willen dat ik wat voor je kon doen. En ook Als ik wat voor je doen kan, moet je het zeggen. Want we weten immers niet wat X gewild zou hebben, tenzij hij of zij het duidelijk gezegd heeft. En áls je iets wilt doen, dan kan het
Hoe gaat het met je? en Ik wil je zo graag helpen, maar je moet het zelf doen, staan ook ergens bovenin de ergernissen top tien. Het mag dan zo zijn dat je het zelf moet doen, maar zonder hulp redt niemand het, en wijs ons er alsjeblieft niet op dat we er alleen voor staan.
 
Maar de absolute topper op de ergernislijst lijkt lokaal én internationaal Je mag me altijd bellen te zijn.
Want dat zinnetje, hoe goedbedoeld en welgemeend ook, laat ons met lege handen achter. Als je om drie uur s nachts met dikke ogen van het huilen slapeloos en eenzaam in je veel te grote tweepersoonsbed ligt, ga je niet je beste vriendin wakker bellen - dat doe je alleen als er iemand doodgaat. Omdat je vrienden moeten slapen, en de volgende dag ook weer moeten werken, of voor kinderen zorgen en boodschappen doen Maar ook om elf uur s ochtends en drie uur s middags schroom je - want je vriendin zit op haar werk, en je moeder lijdt teveel onder je verdriet en je beste vriend heeft net zijn zorgdag en loopt met een peuter en een kleuter te zeulen terwijl hij de hoorn tussen schouder en kaak probeert te klemmen. En dan om zeven uur s avonds, als je eindelijk voldoende moed hebt verzameld, hoor je de man van je vriendin ongeduldig op de achtergrond vragen wie ze aan de lijn heeft en of ze zo nog even komt helpen met de kinderen, en breek je het gesprek snel af. Om half tien neemt de vriendin die zegt altijd thuis te zijn maar die net een nieuwe vriend heeft toch ook niet op en besluit je dat het welletjes is.
Ze zoeken het allemaal maar uit, foeter je mismoedig in het niets.
Zij moeten bellen!
 
uit Je mag mij altijd bellen, 1001 dagen van rouw. Copyright Karin Kuiper
  
 
Eén week

In de wittebroodsweken van de rouw speelt de tijd een raar spelletje, een irritant spelletje zelfs. Want net nu de dagen je gestolen kunnen worden duren ze eindeloos en tellen ze toch nauwelijks.
De wereld staat stil, het ‘normale’ leven is verdwenen, en er is nog geen nieuwe routine. Vanonder je glazen stolp kijk je verbaasd en afgunstig naar iedereen die verzucht dat de tijd voorbij vliegt. Vloog ze maar wat sneller…
Elke verstreken dag is niet meer dan een druppel op de gloeiende plaat van de jaren die nog voor je liggen. Nog 34 keer 365 en nog 8 keer 366 dagen bereken ik stilletjes terwijl ik aan de keukentafel zit en naar buiten staar...
Over 15338 dagen ben ik eindelijk 84 en hebben de kinderen eigen gezinnen… maar nu zijn er pas zeven dagen om.
De kinderen die eerst veel te snel groot werden, lijken nu nog een eeuwigheid nodig te hebben voor ze eindelijk op eigen benen zullen staan, geen verdriet meer zullen hebben om hun vader, in alle opzichten een ’normaal’ leven zullen hebben.
Het verlies van het normale leven is om wanhopig van te worden. Het leven kabbelt ongericht voort. Er is geen enkel doel behalve het verdwenen ‘toen’. Er is maar één wens - opnieuw gelukkig worden. Maar de mens waarmee dat moest is voorgoed verdwenen, en ik heb ik geen energie meer om aan nieuw geluk te werken. Ik heb alleen nog energie om eindeloos te mijmeren.
 
Het is duidelijk dat ik andere mensen nodig heb om het leven op gang te houden.
Ik heb afspraken nodig zodat ik me aan zal kleden, eten zal koken, zal eten.
Ik heb gezelschap nodig, zodat de kinderen iemand hebben om tijdens de maaltijd mee te praten, zodat we iemand hebben die de lege plek aan de eettafel kan vullen…
 
Uit Je mag mij altijd bellen, 1001 dagen van rouw. Copyright Karin Kuiper
 
 
Eeuwig dankbaar

Iedereen wilde zo graag dat het goed met me ging, dat ik het zou redden zonder Karel. Maar iedereen voelde zich machteloos en vroeg zich vertwijfeld af hoe ik het zou redden, of ik het zou redden. En allemaal hadden ze zon moeite met mijn verdriet en tranen.

Mijn bleke gezicht, de wallen onder mijn ogen en mijn weerzin in het leven... het waren evenzoveel klappen in hun gezicht.

Wat ze ook deden, ze deden het kennelijk niet goed, want ik knapte niet op.

En wat ik ook deed, ik deed het kennelijk niet goed, want ze reageerden geïrriteerd als ik niet wilde luisteren naar hun goedbedoelde maar ontoepasbare commentaar, niet wilde dat ze zich opeens bemoeiden met de opvoeding van de kinderen.

Wat was het heerlijk dat mijn jongste schoonzusje alleen maar naast me ging zitten en luisterde, knikte, een traan wegveegde en soms een arm om me heen sloeg. Ik had geen idee tegen wie zij aan huilde, tegen wie zij haar verhaal deed, en het maakte me eerlijk gezegd niet zoveel uit. Ik leefde in zo'n emotionele woestenij dat ik nauwelijks aan anderen kon denken. Ik verlangde naar mensen die langskwamen om op hun gemak een kop koffie met me te drinken, mensen die me het gevoel gaven dat ze speciaal waren gekomen om mijn verhaal te horen, mensen die niet vertelden hoe ik het zou kunnen doen, moest gaan doen, beter kon doen. Ik verlangde naar mannen die mijn kinderen op schoot wilden nemen, of die een spelletje met ze wilden spelen, zorgden dat we toch nog met zn allen konden fietsen mannen die er niet aan dachten mij te vertellen wat ik moest doen, maar deden wat zijzelf konden doen.

Iedereen die zonder oordeel kon luisteren, kon rekenen op grote dankbaarheid en tuitende oren. De beste gasten waren de mensen van wie ik met roodbehuilde ogen afscheid nam. Mensen die geen loze complimenten hadden gegeven, die niet hadden geprobeerd mijn tranen te stoppen en die wel in staat waren om mee te lachen met mijn galgenhumor.

Mijn beste vrienden belden keer op keer, en spraken soms het antwoordapparaat in. Ze zeiden niet verwijtend dat ik nooit op nam. Ze zeiden ook niet dat ik ze altijd kon bellen, want ze wisten dat ik dat in mijn diepste wanhoop niet meer kón. Altijd wachtte ik tot het water me aan de lippen stond. En als ik dan eindelijk hulp wilde vragen, kon ik het al niet meer, bang als ik was om gelijk in huilen uit te barsten.

Wat een geluk dat er vriendinnen waren die bleven bellen, week na week. Dat er vrienden waren die 'toevallig' belden op momenten dat ik moest huilen, razen en tieren - om het onrecht, de wanhoop en de pech die ons getroffen hadden. Wat een geluk dat er mensen waren die begrepen dat ik ze niet 'zomaar' wilde lastigvallen met mijn ellende, die begrepen dat ik me bezwaard voelde om mijn narigheid telkens weer met hen te delen. Dat er mensen waren die begrepen dat stilte een slecht teken was en dat ik ooit heus wel weer zelf zou gaan bellen - als het weer beter ging.

Ik denk dat ik die eerste maanden alleen ben doorgekomen omdat er mensen waren die telkens weer ongevraagd langskwamen, hulp boden, belden, luisterden. Het was een ondankbare taak, want ik herinner me niet dat er in die eerste maanden een bedankje over mijn lippen kwam, en de vooruitgang was minimaal. Mijn aloude vrolijkheid was ver te zoeken, maar de doorzetters werden uiteindelijk beloond - met mijn eeuwige dankbaarheid.
 
 
De Libelle (waarom staat er een libelle op de cover van het boek, en waarom binnenin?)
 
Dat zit zo:
Waterbugs & Dragonflies
is de titel van het (kinder)boekje waarin de fabel over waterdiertjes en libelles wordt verteld. Het is een verhaal met een boodschap over het onbekende, de dood en leven na de dood.

Waterbugs and Dragonflies gaat over een kolonie waterdieren in een vijver die zich afvragen wat er toch gebeurt met de waterdiertjes die bij tijd en wijle langs de steel van een waterlelie omhoog klimmen, het water uit.

Op een dag spreken ze daarom af dat de eerstvolgende die langs de plant omhoogklimt en vertrekt, terug zal komen om te melden wat er daarboven is te beleven.

Als de eerstvolgende op een dag is veranderd in een libelle en boven de vijver vliegt, herinnert hij zich plotseling zijn belofte. Hij duikt naar het wateroppervlak en probeert bij de waterdieren te komen, maar is niet in staat hen te bereiken. Hoewel de libelle nu wel de kennis heeft, blijft voor de waterdieren het mysterie bestaan tot het moment dat ze zelf libelle worden.  
 
Waterbugs and dragonflies vertaalt voor mij perfect het onoplosbare raadsel van leven en dood.
 
Widow dragonfly

Waterbugs & Dragonflies van Doris Stickney
Explaining death to young children
is vooralsnog alleen in het Engels verkrijgbaar.
 
 
 
 
 
 
 
 
ISBN: 978-90-209-7821-6
Verkoopprijs : 14,95 EUR
NUR-code : 749 | Rouwverwerking
Formaat : 135 x 180
Product : boek
Afwerking : Integraalband
Druk : 1
Aantal pagina's : 224
Uitgave : Uitgeverij Lannoo
 
IN DE PERS
 
Artikel Telegraaf 23 augustus >>

Knevel & Van de Brink
Op 3 september was Karin te gast bij Knevel & Van de Brink. Klik hier om de uitzending te bekijken >>

 
 
Een boek winnen voor iemand in je omgeving? 
Ga naar de
pagina....